Uitspraak
[eiseres] , eiseres
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (verweerder)
Zitting
Beslissing
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft tegen het terugkeerbesluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid beroep ingesteld nadat zij op 20 januari 2022 een terugkeerbesluit kreeg opgelegd wegens onrechtmatig verblijf in Nederland. Zij betoogde dat zij rechtmatig verblijf had omdat zij een gezinsleven onderhoudt met een EU-langdurig ingezetene en in verwachting is van hun tweede kind. Tevens wees zij op een ingediende verblijfsvergunningaanvraag.
De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit een administratieve vaststelling is dat eiseres onrechtmatig verblijft en dat de vertrektermijn van 28 dagen terecht is opgelegd. Er is geen sprake van uitzonderingen op grond van artikel 62a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Het feit dat eiseres een man en kind in Nederland heeft en zwanger is, geeft geen verblijfsrecht, zeker niet omdat haar echtgenoot de Marokkaanse nationaliteit heeft en zij geen afgeleid verblijfsrecht bezit.
De aanvraag voor een verblijfsvergunning en het verzoek tot naturalisatie van haar echtgenoot zijn na het terugkeerbesluit ingediend en kunnen het besluit niet beïnvloeden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Zij is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en eiseres moet Nederland binnen 28 dagen verlaten.