ECLI:NL:RBDHA:2022:12658
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak tegen weigering verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen op grond van de Dublin-verordening, omdat Italië verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een vergelijkbare zaak op 17 mei 2022 behandeld. Verzoeker was aanwezig met gemachtigde en tolk, verweerder was verhinderd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat nu op het beroep uitspraak is gedaan in de vergelijkbare zaak (NL22.7578), een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 13 juni 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist en geen voorlopige voorziening meer nodig is.