Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat België verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling op grond van de Dublin-verordening.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat het beroep is beslist. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 31 mei 2022 behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen aanleiding is om de voorlopige voorziening toe te kennen, mede omdat de rechtbank op dezelfde dag een beslissing op het beroep heeft genomen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Wel veroordeelt de voorzieningenrechter de Staatssecretaris tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 759,-, te betalen aan de rechtsbijstandverlener omdat verzoeker een toevoeging heeft ontvangen.
De uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg en uitgesproken op 13 juni 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 759,-.