Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Guinese nationaliteit, diende een tweede aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met het doel 'familie en gezin'. De eerste aanvraag uit 2016 was reeds afgewezen en deze afwijzing was in rechte vastgesteld. De huidige aanvraag werd eveneens afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden (nova) waren die tot een ander besluit konden leiden.
De rechtbank oordeelde dat de familierelatie tussen eiseres en referente niet was aangetoond. De door eiseres overgelegde Guinese rechterlijke uitspraak kon niet als bewijs dienen, mede omdat de identiteit van eiseres niet vaststond en zij geen geldig paspoort had overgelegd. Ook het middelenvereiste was niet voldoende aangetoond, ondanks de aangevoerde omstandigheden van referente.
Eiseres voerde aan dat de Guinese uitspraak wel degelijk een nieuw feit was en dat er onterecht geen DNA-onderzoek was verricht of referente gehoord. De rechtbank verwierp deze argumenten, stellende dat verweerder terecht had geoordeeld dat geen reden bestond voor nader onderzoek of hoorplicht, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
De rechtbank wees het beroep af en kende een voorlopige vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van het aanleveren van rechtens relevante nieuwe feiten en voldoende bewijs bij herhaalde aanvragen voor een mvv.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag mvv wordt ongegrond verklaard.