ECLI:NL:RBDHA:2022:12604
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake afwijzing verblijfsvergunning niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid af te wijzen. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de uitspraak zonder zitting kon worden gedaan. Verzoekster moest griffierecht betalen, maar dit is niet binnen de gestelde termijn voldaan, ondanks een aanmaning per aangetekende brief.
Omdat verzoekster geen geldige reden heeft gegeven voor het niet betalen van het griffierecht, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 1 juni 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.