Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bestreden besluit 1:
bestreden besluit 2:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Egyptische nationaliteit, diende beroep in tegen een terugkeerbesluit en een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het terugkeerbesluit was genomen op 12 april 2022, maar het beroepschrift werd pas op 15 mei 2022 ingediend, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.
De maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Eiser voerde aan dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend zou zijn vanwege zijn rechtmatig verblijf in Italië en medische klachten. De rechtbank oordeelde echter dat eiser dit niet aannemelijk had gemaakt en dat de maatregel proportioneel en noodzakelijk was.
Verder stelde eiser dat de overheid niet voortvarend handelde in het achterhalen van zijn documenten uit Italië. De rechtbank stelde dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld, onder meer omdat eiser had verklaard zo snel mogelijk naar Egypte te willen terugkeren en een vertrekgesprek had plaatsgevonden met een geplande vlucht.
Het beroep tegen de maatregel van bewaring werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen de daarvoor gestelde termijnen.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard, inclusief afwijzing van het verzoek om schadevergoeding.