ECLI:NL:RBDHA:2022:12530
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning gezinslid met vrijstelling inburgeringsvereiste
Eiseres, een Eritrese vrouw met een Italiaanse asielverblijfsvergunning, verzocht om een verblijfsvergunning als gezinslid bij haar partner met een Nederlandse asielstatus. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet voldeed aan het inburgeringsvereiste. De rechtbank oordeelt dat eiseres vrijgesteld is van het inburgeringsvereiste omdat haar partner houder is van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, hetgeen verweerder ten onrechte niet heeft onderkend.
De rechtbank stelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres niet in aanmerking komt voor vrijstelling van het mvv-vereiste en dat het bestreden besluit in strijd is met de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de kwetsbare situatie van het gezin en de omstandigheden rond verblijf in Italië.
Het verzoek om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen wordt afgewezen omdat de rechtbank op hetzelfde moment op het beroep heeft beslist. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met toepassing van de vrijstelling inburgeringsvereiste.