ECLI:NL:RBDHA:2022:12524
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan wegens onvoldoende bewijs economisch actief zijn
Eiseres, van Colombiaanse en Spaanse nationaliteit, betwistte het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zij geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft. Verweerder stelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij economisch actief was, noch dat zij als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan over voldoende middelen beschikte. Eiseres ontving van december 2019 tot april 2021 een uitkering op grond van de Participatiewet.
Na bezwaar en handhaving van het besluit door verweerder, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank. De zitting vond plaats zonder aanwezigheid van eiseres en haar gemachtigde. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht had vastgesteld dat eiseres geen verblijfsrecht had omdat zij onvoldoende bewijs leverde van economische activiteit of zelfstandige middelen.
De rechtbank wees erop dat het huwelijk met een Nederlander geen automatisch verblijfsrecht geeft en dat de stelling van belastingbetaling en zorgverzekering onvoldoende was. De rechtbank adviseerde eiseres professionele rechtsbijstand te zoeken om haar verblijfsrechtelijke positie te verduidelijken. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen, waarmee het besluit dat zij geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft, in stand blijft.