Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[eiseres] ,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
fair balancemoet worden gevonden tussen het belang van de vreemdeling enerzijds en het Nederlands algemeen belang dat is gediend bij het voeren van een restrictief toelatingsbeleid anderzijds. Daarbij moeten alle voor die belangenafweging van betekenis zijnde feiten en omstandigheden kenbaar worden betrokken. De rechtbank moet beoordelen of verweerder alle relevante feiten en omstandigheden in zijn belangenafweging heeft betrokken en, indien dat het geval is, of verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat die afweging heeft geresulteerd in een
fair balanceals hiervoor bedoeld. Deze maatstaf impliceert dat de toetsing door de rechtbank enigszins terughoudend moet zijn.
een zwaar gewicht in het voordeelvan de vreemdeling toegekend.
fair balancedoor aan het illegale verblijf aan eiseres doorslaggevend gewicht toe te kennen. De rechtbank ziet in dit geval aanleiding om met toepassing van het bepaalde in artikel 8:72, vierde lid, van de Awb zelf in de zaak te voorzien, omdat, gelet op alle oordelen die in deze uitspraak zijn gegeven, rechtens geen andere uitkomst mogelijk is dan dat aan eiseres een verblijfsvergunning moet worden verleend op grond van artikel 8 van Pro het EVRM. De rechtbank realiseert zich dat het maken van een belangenafweging in het kader van artikel 8 van Pro het EVRM in beginsel op de weg van verweerder ligt en dat de rechtbank de uitkomst hiervan slechts terughoudend mag toetsen. In dit geval zou het illegale verblijf, gelet op het hiervoor overwogene, de enige en doorslaggevende reden voor de uitkomst van de door verweerder gemaakte belangenafweging kunnen zijn. Een afwijzing van de vergunning op die grond levert in dit geval echter, gelet op de omstandigheden die naar het oordeel van de rechtbank in het voordeel van eiseres wegen, verweerders eigen Werkinstructie, de jonge leeftijd en omstandigheden waaronder eiseres in Nederland terecht is gekomen – geen
fair balanceop. Dit betekent dat de rechtbank het bezwaar gegrond zal verklaren en verweerder zal opdragen aan eiseres de gevraagde vergunning voor het verblijfsdoel van artikel 8 van Pro het EVRM te verlenen. De rechtbank geeft verweerder hiervoor een termijn van vier weken.