ECLI:NL:RBDHA:2022:12409

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 november 2022
Publicatiedatum
22 november 2022
Zaaknummer
C/09/637586 / KG RK 22-1312
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een verschoningsverzoek wegens persoonlijke kennissenkring van de rechter

Op 4 november 2022 heeft de meervoudige verschoningskamer van de Rechtbank Den Haag een verschoningsverzoek toegewezen. Dit verzoek was ingediend door mr. J. Brandt, de rechter belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk C/09/623934 / HA ZA 22-71. De reden voor het verzoek was dat een procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke kennissenkring van de rechter. De procedure is gestart met het indienen van het verschoningsverzoek op 3 november 2022. In tegenstelling tot een wrakingsverzoek, hoeft een verschoningsverzoek niet ter terechtzitting te worden behandeld, waardoor het verzoek niet ter zitting is behandeld.

De verschoningskamer heeft overwogen dat, hoewel een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, er uitzonderlijke omstandigheden kunnen zijn die aanleiding geven tot de vrees voor partijdigheid. In dit geval was de schijn van partijdigheid aanwezig, wat de rechter heeft aangevoerd in zijn verzoek. De verschoningskamer heeft geconcludeerd dat het verzoek terecht is ingediend en heeft besloten het verzoek tot verschoning toe te wijzen. Dit houdt in dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

De beslissing van de verschoningskamer is genomen in raadkamer en houdt in dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend. Tevens is bepaald dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan de betrokken partijen en de rechter.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Verschoningskamer
Verschoningsnummer: 2022/18
Zaak-/rekestnummer: C/09/637586 / KG RK 22-1312
Beslissing van 4 november 2022
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. J. Brandt,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna de rechter,
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk C/09/623934 / HA ZA 22-71 van:
[eiser] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiser,
bijgestaan door mr. V.H.B. Kruit, advocaat te Utrecht,
tegen
[gedaagde] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
bijgestaan door mr. B.A. van Schelven, advocaat te Utrecht.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van
3 november 2022.
1.2.
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2.Het verschoningsverzoek

2.1.
De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd:
☒ een procesdeelnemer maakt onderdeel uit van de persoonlijke kennissenkring van
de rechter

3.De beoordeling

3.1.
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
3.2.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;
4.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
* de rechter;
* alle in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 4 november 2022 door mr. M.J. Alt-van Endt, mr. S.M. Krans en mr. J.E. Bierling, in tegenwoordigheid van de griffier.