Uitspraak
Rechtbank den haag
eiser,
bijgestaan door mr. V.H.B. Kruit, advocaat te Utrecht,
gedaagde,
1.De procedure
3 november 2022.
2.Het verschoningsverzoek
de rechter
Rechtbank Den Haag
De meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag behandelde op 4 november 2022 een verzoek tot verschoning van mr. J. Brandt, rechter in de rechtbank Den Haag. Het verzoek hield verband met een lopende hoofdzaak waarbij een procesdeelnemer deel uitmaakt van de persoonlijke kennissenkring van de rechter.
In de procedure is vastgesteld dat een verschoningsverzoek niet per se ter zitting hoeft te worden behandeld, waardoor het verzoek schriftelijk is beoordeeld. De kamer benadrukte dat hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, uitzonderlijke omstandigheden zoals een persoonlijke relatie met een procesdeelnemer aanleiding kunnen zijn voor verschoning om de schijn van partijdigheid te voorkomen.
Gezien de omstandigheden achtte de kamer het verschoningsverzoek terecht en wees dit toe. De behandeling van de hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter, waarbij de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het verzoek. Een afschrift van de beslissing is toegezonden aan de rechter en alle betrokken partijen.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.