Uitspraak
Rechtbank den haag
klager,
1.De procedure
2.Het verschoningsverzoek
rechter
de rechter
rechter
betrokken (geweest) bij een procespartij
betrokken (geweest) bij de zaak
procespartij
betrekking of functie betrokken (geweest) bij de zaak
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft mr. K.C.J. Vriend, rechter bij de rechtbank Den Haag, een verzoek tot verschoning ingediend in verband met zijn betrokkenheid bij een aanstaande inhoudelijke strafzaak tegen verdachte, waarin hij lid is van de combinatie. Het verzoek betreft de raadkamerbehandeling van een klaagschrift tegen gelegd conservatoir beslag, waarbij een summiere inhoudelijke beoordeling van het onderliggende dossier vereist is.
De rechter vreesde dat zijn betrokkenheid bij de strafzaak de schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het klaagschrift zou kunnen wekken. De rechtbank overweegt dat hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, uitzonderlijke omstandigheden zoals deze aanleiding kunnen geven tot een terechte vrees voor partijdigheid, ook op grond van de uiterlijke schijn.
De meervoudige verschoningskamer heeft het verzoek van mr. Vriend dan ook terecht geacht en toegewezen. De behandeling van het klaagschrift wordt voortgezet door een andere rechter, en de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het verschoningsverzoek. Deze beslissing is genomen in raadkamer op 24 oktober 2022 door drie rechters.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen om schijn van vooringenomenheid te voorkomen.