ECLI:NL:RBDHA:2022:12348

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 november 2022
Publicatiedatum
21 november 2022
Zaaknummer
NL 22 22170
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 8:87 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot opheffing of wijziging van voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke zaak verzoekt de verzoekster de voorzieningenrechter om opheffing of wijziging van een eerder op 16 september 2022 getroffen voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:87, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een voorlopige voorziening kan worden opgeheven of gewijzigd, maar dat opheffing met terugwerkende kracht volgens vaste jurisprudentie niet mogelijk is.

De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 februari 2005 (ECLI:NL:RVS:2005:AT0655) waarin dit is bevestigd. Het subsidiaire verzoek om de voorlopige voorziening zodanig te wijzigen dat deze als niet getroffen moet worden beschouwd, wordt eveneens afgewezen omdat dit neerkomt op een opheffing met terugwerkende kracht.

Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond beschouwd en afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek tot opheffing of wijziging van de voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat opheffing met terugwerkende kracht niet mogelijk is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.22170

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. P.J.M. Bongaarts),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij uitspraak van 16 september 2022 in de zaak met nummer NL22.16516 heeft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening getroffen.
Verzoekster verzoekt om opheffing dan wel wijziging van deze voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:87, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening opheffen of wijzigen.
2. Verzoekster vraagt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening met terugwerkende kracht op te heffen. Uit vaste jurisprudentie blijkt echter dat dit niet mogelijk is. De voorzieningenrechter wijst hierbij op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 11 februari 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AT0655, rechtsoverweging 2.11.
3. Subsidiair vraagt verzoekster de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening zodanig te wijzigen dat deze als niet getroffen moet worden beschouwd. Dit komt echter eveneens neer op opheffing van de voorziening met terugwerkende kracht hetgeen, zoals hiervoor is overwogen, niet mogelijk is.
4. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om opheffing dan wel wijziging van de voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.