ECLI:NL:RBDHA:2022:12339
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 1 juli 2021 en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij een eerdere uitspraak op 23 november 2021 in een gerelateerde zaak (zaaknummer NL21.10793) is reeds uitspraak gedaan op het beroep.
Gezien deze eerdere uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.