Uitspraak
Rechtbank den haag
22-650 van:
verzoekster,
advocaat: mr. P.W. Tubbergen te Rotterdam,
Rechtbank Den Haag
Een rechter van de rechtbank Den Haag heeft een verzoek tot verschoning ingediend omdat zij na afloop van de mondelinge behandeling van een wrakingsverzoek op 13 juni 2022 de gewraakte rechter op de gang hoorde praten over het wrakingsverzoek. Hoewel zij aanvankelijk meende onbevangen te kunnen oordelen, veranderde dit door de omstandigheden, waardoor zij zich niet langer vrij voelde om het wrakingsverzoek te beoordelen.
De verschoningskamer van de rechtbank Den Haag heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat, hoewel rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, uitzonderlijke omstandigheden zoals deze aanleiding geven om de schijn van partijdigheid te vermijden. Daarom is het verzoek tot verschoning terecht en wordt het toegewezen.
De behandeling van de wrakingsprocedure zal worden voortgezet door een andere rechter, waarbij de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het indienen van het verschoningsverzoek. Een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan alle betrokken partijen en de rechter.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege de schijn van vooringenomenheid.