ECLI:NL:RBDHA:2022:12308
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen dwangsom wegens te late beslissing op bezwaar bij opschorting bijstandsuitkering
Eiser maakte bezwaar tegen de opschorting van zijn bijstandsuitkering door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college verklaarde het bezwaar aanvankelijk niet-ontvankelijk, maar herzag dit besluit later en behandelde het bezwaar inhoudelijk. Eiser trok daarop zijn beroep in, onder voorwaarde van vergoeding van proceskosten.
Het geschil betrof de vraag of het college te laat had beslist op het bezwaar en of daardoor een dwangsom verschuldigd was. Eiser stelde dat het college het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel had geschonden door de procedure te verlengen en het beroep onder voorwaarden te laten intrekken.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 6 april 2020 een besluit in de zin van de Awb was en dat het college dit besluit niet had ingetrokken, maar vervangen door een inhoudelijk besluit van 16 juli 2020. Hierdoor was tijdig beslist en was geen dwangsom verschuldigd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat het college nooit had toegezegd het eerdere besluit in te trekken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat tijdig is beslist op het bezwaar en geen dwangsom verschuldigd is.