ECLI:NL:RBDHA:2022:12294
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs ouderschap en gezag
Eiser, met de Tanzaniaanse nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf aan als familie- of gezinslid bij referente. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet kon aantonen dat hij het biologische of juridische kind van referente is en dat referente rechtmatig gezag over hem heeft. Eiser stelde dat hij wel degelijk de zoon van referente is en dat er bijzondere omstandigheden zijn die afwijking van het beleid rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen gelegaliseerde geboorteakte heeft overgelegd, wat volgens het beleid noodzakelijk is om juridisch ouderschap aan te tonen. De verklaring van eiser dat de geboorteakte niet te verkrijgen is, is onvoldoende onderbouwd. Ook de kopie van de adoptie-uitspraak en familieverklaringen zijn niet voldoende als objectief bewijs. Omdat bij adoptie in Tanzania alle familierechtelijke betrekkingen worden verbroken, is niet aangetoond dat referente rechtmatig gezag over eiser heeft.
De rechtbank vindt dat verweerder niet verplicht was nader onderzoek te doen, zoals een DNA-test of interview, omdat het ontbreken van bewijs over het ouderschap en gezag doorslaggevend is. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat verweerder van het beleid afwijkt. Ook mocht verweerder afzien van het horen van eiser bij bezwaar, omdat het bezwaar geen nieuwe objectief verifieerbare bewijsstukken bevatte.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter A.M.H. van der Poort-Schoenmakers op 12 juli 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser het ouderschap en rechtmatig gezag niet heeft aangetoond.