ECLI:NL:RBDHA:2022:12265

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 november 2022
Publicatiedatum
18 november 2022
Zaaknummer
NL22.4498
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot vergoeding van proceskosten na intrekking voorlopige voorziening

Verzoeker had een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot intrekking van zijn verblijfsvergunning en oplegging van een inreisverbod. Nadat het bezwaar van verzoeker gegrond werd verklaard, trok verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.

De rechtbank heeft beoordeeld of verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht, hetgeen een voorwaarde is voor vergoeding van proceskosten bij intrekking van een voorlopige voorziening. Verweerder stelde dat het primaire besluit was herroepen, maar dat dit niet onrechtmatig was en zag daarom geen aanleiding tot vergoeding.

De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een tegemoetkoming die verband hield met het verzoek om voorlopige voorziening. Het besluit op bezwaar was niet het gevolg van het verzoek om voorlopige voorziening. Daarom werd het verzoek tot vergoeding van proceskosten afgewezen.

De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter zonder zitting en is onherroepelijk, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door verweerder.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.4498

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.A. Blaas),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M. Fitters).

Procesverloop

Bij meeromvattend besluit van 5 oktober 2021 heeft verweerder de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van verzoeker ingetrokken en aan verzoeker een inreisverbod voor de duur van 10 jaren opgelegd.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar ingesteld. Ook heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Bij besluit van 29 september 2022 heeft verweerder het bezwaar gegrond verklaard.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en daarbij verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld binnen twee weken op het verzoek tot veroordeling tot vergoeding van de proceskosten te reageren. Verweerder heeft op 7 november 2022 van deze gelegenheid gebruikt gemaakt.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb. Die wetsartikelen zijn op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige voorzieningenprocedure. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
2. In zijn reactie op het verzoek tot veroordeling tot vergoeding van de proceskosten heeft verweerder gesteld dat het primaire besluit is herroepen, maar dat deze niet onrechtmatig was. Daarom ziet verweerder geen aanleiding tot vergoeding van de proceskosten.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van een tegemoetkoming zoals bedoeld in artikel 8:75a van de Awb. Voor een veroordeling tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker op grond van art. 8:75a van de Awb is vereist dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen. Uit de reactie van verweerder op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker is af te leiden dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet de aanleiding is geweest voor het besluit op bezwaar. Om die reden zal het verzoek om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.