ECLI:NL:RBDHA:2022:12172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Italië
Eiser diende op 28 januari 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder stelde vast dat eiser op 24 december 2021 in Italië was geregistreerd als illegaal verblijvende vreemdeling en dat Italië verantwoordelijk is voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Verweerder verzocht Italië om overname binnen de wettelijke termijnen, waarop Italië niet tijdig reageerde.
Eiser voerde aan dat er onduidelijkheid bestond over zijn inreisdatum en dat hij mogelijk eerder dan twaalf maanden geleden de EU was binnengekomen, en dat hij wel een asielaanvraag in Italië had gedaan. Deze stellingen werden door de rechtbank niet gegrond bevonden op basis van de stukken en verklaringen.
Verder heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Italiaanse opvang- of asielproceduresysteem die overdracht zouden verhinderen. Ook de door eiser genoemde familiebanden en de vermeende lange duur van de besluitvorming leiden niet tot een andere uitkomst.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft besloten de asielaanvraag niet in behandeling te nemen en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.