ECLI:NL:RBDHA:2022:12171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 24 november 2021. Tijdens de procedure heeft verweerder op 17 oktober 2022 alsnog de asielaanvraag ingewilligd. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder de gelegenheid gegeven te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar verweerder heeft niet gereageerd. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
De rechtbank overweegt dat de veroordeling in proceskosten geregeld is in artikelen 8:75 en 8:75a Awb. Omdat verweerder alsnog aan het beroep tegemoet is gekomen door het besluit te nemen, wordt het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen. De kosten worden vastgesteld op €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrechter en een wegingsfactor 'licht' vanwege het beperkte onderwerp van het beroep.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten aan verzoeker.