Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eisers, een moeder met twee minderjarige kinderen van Nigeriaanse nationaliteit, werden op 19 mei 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgeheven op 23 mei 2022. Eisers stelden dat de bewaring onrechtmatig was en dat een lichter middel had moeten worden toegepast, mede vanwege de belangen van de minderjarige kinderen en het feit dat zij zich aan de voorwaarden in het asielzoekerscentrum hielden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende had gemotiveerd waarom de maatregel van bewaring noodzakelijk was, gezien het concrete aanknopingspunt voor overdracht op grond van de Dublinverordening, het risico op het ontvluchten van toezicht en het weigeren van een covid-test door eiseres. Tevens werd geoordeeld dat de belangen van de minderjarige kinderen, die afhankelijk zijn van hun moeder en nog niet volledig gewend zijn aan Nederland, voldoende waren meegewogen.
Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.