ECLI:NL:RBDHA:2022:12143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen herziening AIO-aanvulling wegens bijschrijvingen als inkomsten
Eisers ontvingen een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) en werden geconfronteerd met een herziening van deze uitkering over de periode augustus 2019 tot en met februari 2020. Verweerder stelde vast dat bijschrijvingen op de bankrekening van eisers, afkomstig van hun uitwonende kinderen, als bijdragen in het levensonderhoud moesten worden beschouwd en heeft op grond daarvan een terugvordering ingesteld.
Eisers voerden aan dat zij onvoldoende gelegenheid hadden gekregen om hun bezwaar te onderbouwen, dat een maandelijkse storting van hun zoon bedoeld was voor een scooterverzekering en daarom niet als inkomen moest worden gezien, en dat er dringende redenen waren om de herziening geheel of gedeeltelijk te beperken. De rechtbank oordeelde dat eisers wel degelijk in de gelegenheid waren gesteld hun bezwaren te onderbouwen.
De rechtbank achtte de bijschrijvingen, waaronder de maandelijkse stortingen van € 50,- van de zoon, terecht als inkomsten in de zin van artikel 32, eerste lid, van de Participatiewet. De omstandigheden rondom de scooter en de betaling van de verzekering maakten dit niet anders. Daarnaast waren er geen dringende redenen aanwezig om af te zien van de terugvordering, mede omdat eisers vooraf waren geïnformeerd over de verwerking van stortingen als inkomen en het bedrag relatief beperkt was.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter C.G. Meeder op 1 juli 2022.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de herziening en terugvordering van de AIO-aanvulling is ongegrond verklaard.