ECLI:NL:RBDHA:2022:12102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens overschrijding termijn
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een schietincident in 2010. De aanvraag werd op 31 december 2021 ingediend, ruim na de wettelijke termijn van tien jaar. Verweerder heeft de aanvraag daarom afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard.
Eiser voerde aan dat hij door lichamelijke en psychische klachten, waaronder PTSS en chronische rugklachten, niet eerder in staat was de aanvraag in te dienen. Ook stelde hij dat hij niet op de hoogte was van het Schadefonds vanwege zijn verblijf in België en dat Slachtofferhulp tekort was geschoten in begeleiding.
De rechtbank oordeelde dat het niet op de hoogte zijn van het Schadefonds of de Nederlandse wetgeving geen geldige reden is voor het overschrijden van de termijn. Tevens is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de klachten het indienen redelijkerwijs hebben verhinderd. Ook het ontbreken van hulp van derden is niet gebleken. De medische stukken ondersteunen niet dat het indienen de revalidatie zou doorkruisen.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenvergoeding toegekend. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven is ongegrond verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn zonder geldige reden.