ECLI:NL:RBDHA:2022:12040
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugkeerbesluit en inreisverbod afgewezen wegens ontbreken vertrektermijn
Eiser, met de Taiwanese nationaliteit, kreeg op 13 september 2022 een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser stelde dat het verdedigingsbeginsel was geschonden omdat hij onvoldoende was geïnformeerd over de mogelijkheid om persoonlijke omstandigheden aan te voeren tegen het inreisverbod. Tevens voerde hij aan dat hem ten onrechte geen vertrektermijn was geboden en dat hij geen gevaar vormde voor de openbare orde.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht een inreisverbod had opgelegd omdat er een risico bestond dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, waardoor het onthouden van een vertrektermijn gerechtvaardigd was. Uit het proces-verbaal bleek dat eiser expliciet was gewezen op het inreisverbod en de mogelijkheid had gekregen om persoonlijke omstandigheden aan te voeren, waaronder vragen over familie en humanitaire redenen. Eiser had deze vragen begrepen en had de kans gehad zich te verweren.
De rechtbank verwierp het beroep als ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt op 15 november 2022. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.