ECLI:NL:RBDHA:2022:12022

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2022
Publicatiedatum
15 november 2022
Zaaknummer
NL21.18803
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning

Verzoeker, van Mauritaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 25 november 2021 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 22 december 2021, waarbij verzoeker niet aanwezig was vanwege verhindering. De zaak werd samen met een gerelateerde zaak behandeld. Op 13 mei 2022 deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.18802), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.

De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter O. Veldman en griffier R.P. Stehouwer en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.18803
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. S.B. Kleerekooper), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Weerman).

Procesverloop

Bij besluit van 25 november 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL21.18802, op 22 december 2021 op zitting behandeld. Verzoeker is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoeker stelt van Mauritaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1978.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL21.18802, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
13 mei 2022
en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.

Documentcode: [nummer]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.