ECLI:NL:RBDHA:2022:12011

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 mei 2022
Publicatiedatum
15 november 2022
Zaaknummer
NL22.4920
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening toegewezen tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

Verzoeker, een Iraakse nationaliteit dragende persoon, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door verweerder op 22 maart 2022 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde bodemzaak (NL22.4919) en verklaarde het beroep gegrond, waarbij het bestreden besluit werd vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen over de asielaanvraag. Gezien het terugkeerbesluit van 28 december 2016 en de uitkomst van de bodemzaak, achtte de voorzieningenrechter het passend om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen.

De voorzieningenrechter verbood verweerder om verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat op de asielaanvraag definitief is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 759,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, en mr. S. Sari, griffier, op 3 mei 2022. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verwijdering uit Nederland wordt verboden totdat op de asielaanvraag is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Locatie Amersfoort
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.4920

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.M. Schurink-Smit),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: V. Ilic).

Procesverloop

Bij besluit van 22 maart 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL22.4919, op 21 april 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De partner van verzoeker [A] is ook verschenen. Als tolk is verschenen Z. Karem. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Eiser heeft de Iraakse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1995.
Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank het beroep, met zaaknummer NL22.4919 gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder moet een nieuw besluit nemen op de asielaanvraag van verzoeker.
Gelet op de uitkomst van de bodemzaak en gezien het tegen verzoeker uitgevaardigde terugkeerbesluit van 28 december 2016, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek toe te wijzen.
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, veroordeelt de voorzieningenrechter verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 759,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 1). In de kosten voor het verschijnen ter zitting van de gemachtigde van verzoeker is verweerder in de uitspraak op het beroep van verzoeker veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;
  • verbiedt verweerder om verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat op de asielaanvraag is beslist;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 759,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.S. Sari, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.