ECLI:NL:RBDHA:2022:11933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid conflict en rekrutering Zuid-Sudan
Eiser, een Zuid-Sudanese asielzoeker, vordert bescherming vanwege een conflict met een andere clan en de dreiging van rekrutering door het leger. Hij stelt dat zijn broer iemand van die clan heeft gedood, waarna hij zelf werd aangevallen en vreest voor zijn leven.
Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft het asielverzoek afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van het conflict en de rekrutering. De rechtbank overweegt dat eiser geen documenten kan overleggen, maar zijn verklaringen consistent en gedetailleerd zijn. Desondanks oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht twijfelt aan de geloofwaardigheid van het conflict, mede vanwege het ontbreken van concrete details en tegenstrijdigheden in het verhaal.
Ook de rekrutering door het leger acht de rechtbank niet aannemelijk, mede door wisselende verklaringen over verblijfplaatsen. Het verzoek om beeldmateriaal werd door verweerder niet bekeken omdat identiteit en herkomst geloofwaardig werden bevonden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard.