ECLI:NL:RBDHA:2022:11879
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen vaststelling dagloon bij WIA-uitkering met IKB-regeling
Eiseres, voormalig accountmanager, ontving een WIA-uitkering met een dagloon vastgesteld op €183,26. Zij maakte bezwaar tegen deze vaststelling omdat haar ex-werkgever was overgestapt op een Individueel Keuzebudget (IKB), dat volgens haar onderdeel uitmaakt van het SV-loon. Het UWV hield echter vast aan de berekening zonder het IKB mee te nemen, omdat het IKB-budget niet in het refertejaar viel.
De rechtbank overwoog dat het Dagloonbesluit vereist dat alleen loon binnen het refertejaar wordt meegenomen. Het IKB dat in mei 2019 werd uitbetaald, viel buiten dit refertejaar en mocht daarom niet worden meegenomen. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een hardheidsclausule in het Dagloonbesluit en het ontbreken van terugwerkende kracht van latere wetswijzigingen het beroep van eiseres niet konden steunen.
Verder was er geen sprake van willekeur, aangezien niet was gebleken dat het UWV in vergelijkbare gevallen anders had gehandeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV tot vaststelling van het dagloon zonder het IKB-budget is ongegrond verklaard.