ECLI:NL:RBDHA:2022:11810
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van verzoeken om voorlopige voorziening wegens ontbreken spoedeisend belang in bestuursrechtelijke Wob-zaken
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) en tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een Wob-verzoek. Hij verzocht de voorzieningenrechter om voorlopige voorzieningen te treffen in beide zaken.
Tijdens de zitting via beeldverbinding op 6 oktober 2022 werd vastgesteld dat er verwarring bestond over het aantal ingediende verzoeken, waardoor enkele dossiernummers werden ingetrokken en griffierechten terugbetaald. De voorzieningenrechter benadrukte dat haar oordeel voorlopig is en niet bindend voor een bodemprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang bestond. In het eerste geschil had verweerder het bezwaar gegrond verklaard en stukken openbaar gemaakt, maar niet alle door verzoeker aangevoerde punten werden gehonoreerd. Verzoeker vond dat bepaalde e-mailonderschriften onrechtmatig waren, maar onderbouwde niet dat hij hierdoor zelf nadelige gevolgen ondervond. In het tweede geschil ging het om een Wob-verzoek om geluidsopnamen van een ledenvergadering; verweerder had toegezegd recente opnamen niet te vernietigen, en verzoeker kon de beslissing op het beroep afwachten.
Daarom wees de voorzieningenrechter de verzoeken om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 10 november 2022 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.