Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [v-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een beroep van eiser tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de overdracht met begeleiding naar Polen, aangezien een geplande vlucht op 30 maart 2022 werd geannuleerd vanwege zijn psychische toestand.
De rechtbank stelt vast dat eiser eerder zonder problemen is overgedragen, waaronder één keer onder begeleiding. Tijdens het gehoor en vertrekgesprek gaf eiser aan gezond te zijn, waardoor verweerder geen aanleiding had om een begeleide overdracht eerder te regelen. Pas op 29 maart 2022 adviseerde een psycholoog dat overdracht alleen onder begeleiding kon plaatsvinden, waarop verweerder direct heeft gehandeld.
De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van onvoldoende voortvarendheid en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af. De gronden voor de maatregel van bewaring, waaronder risico op ontduiking van toezicht en andere zware en lichte gronden, zijn door eiser niet betwist.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier E. Mulder op 6 april 2022. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.