ECLI:NL:RBDHA:2022:11726
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na niet tijdig beslissen op asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 4 november 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris alsnog een beslissing genomen op 7 juli 2022. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de rechtbank bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan de proceskosten kan toewijzen. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond is en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten. Deze vergoeding is vastgesteld op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) met een wegingsfactor 'licht', aangezien het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten wegens het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag.