ECLI:NL:RBDHA:2022:11644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht ongegrond verklaard
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, was onderworpen aan een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. Tijdens de procedure werd de maatregel van bewaring door verweerder opgeheven, waardoor de beoordeling zich beperkte tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was en of eiser recht had op schadevergoeding.
De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin de rechtmatigheid van de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek was bevestigd. Sinds dat moment was er geen sprake van onrechtmatigheid. Eiser maakte geen gebruik van de gelegenheid om te reageren op de voortgangsrapportage en voerde geen nieuwe gronden aan. De rechtbank concludeerde dat de maatregel niet onrechtmatig was geweest en wees het beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en griffier N.H. de Zeeuw en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard omdat de maatregel rechtmatig was tot aan de opheffing ervan.