ECLI:NL:RBDHA:2022:11592
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsdocument wegens schijnrelatie
Eiseres, een Nigeriaanse vrouw, verzocht om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER, maar haar aanvraag werd op 19 juli 2019 afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wegens een geconstateerde schijnrelatie met de referent. De rechtbank oordeelde dat ondanks het gezamenlijke kind van eiseres en referent, het rechtsvermoeden van een duurzame relatie door verweerder met voldoende tegenbewijs was weerlegd.
De rechtbank baseerde dit oordeel op meerdere indicatoren, waaronder het leeftijdsverschil, het illegale verblijf van eiseres, discrepanties in adresgegevens, onduidelijkheden over de inkomsten van de referent, korte en momentopname-achtige communicatie, en tegenstrijdige verklaringen over de zwangerschap en zorg voor het kind. Eiseres betwistte deze indicatoren niet.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep af dat eiseres een verblijfsrecht zou ontlenen aan het kind als EU-burger, omdat zij zelf als vreemdeling wordt beschouwd en niet aannemelijk maakte dat zij ten laste is van het kind. Ook werd het beroep op onzorgvuldige en vooringenomen hoorzitting verworpen. Gezien het ongegrond verklaren van het beroep werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het verblijfsdocument wegens een schijnrelatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.