ECLI:NL:RBDHA:2022:11547

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 oktober 2022
Publicatiedatum
7 november 2022
Zaaknummer
NL22.14985
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag en ongegrond verklaring beroep tegen inreisverbod

Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 28 juli 2022 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser is vervolgens vrijwillig met hulp van het IOM teruggekeerd naar zijn land van herkomst, Georgië, en heeft daarmee zijn verblijfsrechtelijke procedures ingetrokken.

De rechtbank heeft het beroep op 27 oktober 2022 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het gericht is tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit, omdat eiser geen belang meer heeft bij de beoordeling hiervan.

Het beroep tegen het inreisverbod wordt wel ontvankelijk verklaard, maar ongegrond. Eiser voerde medische omstandigheden aan, waaronder een handicap en het ontbreken van financiële middelen voor een prothese in Georgië, maar heeft dit niet met documenten onderbouwd. De staatssecretaris heeft deze omstandigheden meegewogen en geoordeeld dat er geen bijzondere individuele omstandigheden zijn om het inreisverbod op te heffen. Eiser kan een aanvraag voor een verblijfsvergunning voor medische behandeling indienen en daarbij om opheffing van het inreisverbod verzoeken.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is mondeling gedaan en openbaar gemaakt op 27 oktober 2022.

Uitkomst: Beroep tegen afwijzing asielaanvraag en terugkeerbesluit niet-ontvankelijk; beroep tegen inreisverbod ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.14985
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. M.L. van Leer),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda).

ProcesverloopBij besluit van 28 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 27 oktober 2022 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het terugkeerbesluit, niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het inreisverbod, ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser is vrijwillig met hulp van IOM teruggekeerd naar zijn land van herkomst, Georgië. Daarbij heeft hij zijn verblijfsrechtelijke procedures ingetrokken. Dat betekent dat hij niet langer wenst te worden toegelaten tot Nederland en dus geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep voor zover dat is gericht tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en het terugkeerbesluit dat tegen hem is uitgevaardigd.
2. Dat de inhoud van het terugkeerbesluit in dit geval van invloed is geweest op de beslissing van verweerder om tegen eiser een inreisverbod uit te vaardigen levert geen procesbelang op voor zover het terugkeerbesluit betreft. Dit besluit is immers uitgewerkt.
3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk voor zover het gericht is tegen de afwijzing van de asielaanvraag en tegen het terugkeerbesluit.
4. Eiser heeft wel nog belang bij de beoordeling van het beroep voor zover het is gericht tegen het inreisverbod. Eiser heeft immers uitdrukkelijk verklaard het beroep hiertegen te handhaven.
5. De beslissing om tegen eiser een inreisverbod uit te vaardigen volgt uit artikel 66, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000, aangezien eisers asielaanvraag is afgewezen als kennelijk ongegrond en aan hem daarbij een vertrektermijn is onthouden.
6. Eiser wijst in beroep nogmaals op zijn medische situatie en herhaalt dat hij gehandicapt is. In zijn zienswijze heeft hij hierover opgemerkt dat hij een been mist en dat hij niet de financiële middelen zou hebben om in Georgië een prothese te laten aanmeten. Verweerder heeft deze omstandigheden betrokken bij het bestreden besluit. Verweerder heeft hierover terecht overwogen dat een en ander niet met documenten is onderbouwd en dat evenmin is gebleken dat eiser in Nederland onder medische behandeling staat. Er is dan ook feitelijk niet aannemelijk gemaakt dat er bijzondere individuele omstandigheden zijn om van het uitvaardigen van een inreisverbod af te zien. Daarnaast bestaat voor eiser de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning in verband met een medische behandeling en daarbij kan hij om opheffing van het inreisverbod verzoeken.
7. Het beroep is in zoverre dan ook ongegrond.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2022 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.