ECLI:NL:RBDHA:2022:11544
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beroep tegen niet-in- behandelingneming asielaanvraag op grond van Dublin-verordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublin-verordening.
De rechtbank bevestigt dat Italië verantwoordelijk is en gaat uit van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, dat inhoudt dat Italië de asielaanvraag zal behandelen conform de Europese asielrichtlijnen. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat Italië zich niet aan deze richtlijnen houdt of dat hij niet in staat is om in Italië klachten te uiten.
Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat bij overdracht naar Italië een reëel risico bestaat op uitzetting naar Eritrea in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Het feit dat eiser Italië kort na aankomst heeft verlaten, onderbouwt dat Italië bereid is zijn asielmotieven te horen.
De rechtbank concludeert dat de staatssecretaris terecht heeft besloten tot overdracht aan Italië en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet-in-behandelingnemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.