ECLI:NL:RBDHA:2022:11540
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stellen asielaanvraag wegens niet verschijnen bij gehoor
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid buiten behandeling is gesteld wegens het niet verschijnen bij het gehoor. De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen dit besluit behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen op de zitting.
Volgens artikel 30c van de Vreemdelingenwet 2000 kan een asielaanvraag buiten behandeling worden gesteld als de vreemdeling niet verschijnt bij een gehoor en niet binnen twee weken kan aantonen dat dit niet aan hem te wijten is. Eiser is zonder opgave van redenen niet verschenen bij de start van de asielprocedure en bij een nader gehoor.
Eiser heeft ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om binnen twee weken tekst en uitleg te geven voor zijn afwezigheid. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld. De beroepsgronden van eiser, die zien op het niet verschijnen en de asielreden, leiden niet tot een andere uitkomst.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de buitenbehandelingstelling van de asielaanvraag.