ECLI:NL:RBDHA:2022:11488
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Chr.A.J.F.M. Hensen
- J. Holleman
- M. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek voorlopige hechtenis ondanks prejudiciële vragen in andere zaak
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die sinds februari 2022 gedetineerd is. Het verzoek werd ingediend vanwege prejudiciële vragen die in een andere zaak door de rechtbank Noord-Nederland gesteld zouden worden, waarvan werd gevreesd dat deze de inhoudelijke behandeling van de zaak van verdachte zouden vertragen.
De rechtbank oordeelde dat de prejudiciële vragen nog niet gesteld waren en dat de aard ervan onbekend was, waardoor hieraan weinig betekenis kon worden toegekend. Tevens stond niet vast dat de inhoudelijke behandeling vertraging zou oplopen. De rechtbank verwees naar de pro forma zitting van 7 oktober 2022 waaruit bleek dat de inhoudelijke behandeling nog niet aanstaande was, maar ook dat dit geen reden was om de voorlopige hechtenis te schorsen.
Daarnaast stelde de rechtbank dat prejudiciële vragen in de ene rechtbank niet dwingen tot aanhouding van de behandeling in andere zaken, ook niet bij soortgelijke zaken. De Hoge Raad zal naar verwachting de vragen beantwoorden vóór de inhoudelijke behandeling van de zaak van verdachte begint.
De persoonlijke omstandigheden van verdachte waren niet van dien aard dat schorsing van de voorlopige hechtenis gerechtvaardigd was. Daarom wees de rechtbank het verzoek tot schorsing af.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.