ECLI:NL:RBDHA:2022:11482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bestuursorgaan in proceskosten wegens niet tijdig beslissen op bezwaarschrift
Verzoekster diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 16 december 2020 werd afgewezen. Hiertegen werd op 11 januari 2021 bezwaar gemaakt. Verzoekster stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift.
Op 10 juni 2022 werd alsnog een besluit genomen waarbij de aanvraag werd ingewilligd. Hierop trok verzoekster het beroep tegen het niet tijdig beslissen in en verzocht de rechtbank de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aan verzoekster was tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen en dat het verzoek tot proceskostenvergoeding daarom gegrond was. De proceskosten werden vastgesteld op €379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de aard van het beroep.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van deze proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier M.Ch. Grazell en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen.