ECLI:NL:RBDHA:2022:11479
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Italië
Verzoekers, bestaande uit een gezin met een minderjarige dochter, hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvragen niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure.
Verzoekers stelden beroep in tegen deze besluiten en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. Tijdens de zitting op 29 maart 2022 werden de verzoeken behandeld, waarbij beide partijen werden vertegenwoordigd en een tolk aanwezig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak (zaken NL22.2974 en NL22.2976) reeds was behandeld en dat daardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Om die reden wees de voorzieningenrechter het verzoek af en zag geen aanleiding tot het opleggen van proceskosten.
De uitspraak werd op 5 april 2022 openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.