ECLI:NL:RBDHA:2022:11470
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen intrekking verblijfsvergunning en inreisverbod
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken en een terugkeerbesluit met een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Eiser maakte bezwaar tegen dit primaire besluit, dat door verweerder ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
Tijdens de zitting op 21 maart 2022 verscheen de gemachtigde van eiser, die echter geen contact meer had met eiser sinds april 2021 ondanks meerdere pogingen. Ook de zus van eiser wist niet waar hij verbleef. De rechtbank concludeerde dat eiser kennelijk geen belang meer hecht aan de beoordeling van zijn beroep, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank wees het verzoek om aanhouding van de zitting af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.