ECLI:NL:RBDHA:2022:11454
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over beëindiging opvang vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Iraanse nationaliteit, stelde beroep in tegen het feitelijk beëindigen van zijn opvang in een asielzoekerscentrum (AZC). Hij stelde dat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid onvoldoende maatregelen had genomen naar aanleiding van bedreigingen via WhatsApp, waardoor hij zich genoodzaakt voelde de opvang te verlaten.
De rechtbank stelde vast dat de Staatssecretaris geen besluit tot beëindiging van de opvang had genomen, maar dat er juist opvang was aangeboden, waaronder een slaapplaats en een noodkamer. Maatregelen waren getroffen, zoals het overplaatsen van een medebewoner en gesprekken met de politie.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een besluit of een met een besluit gelijk te stellen handeling of nalaten, zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Wet COa. Daarom was de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.
De rechtbank wees het verzoek om griffierechtvrijstelling toe en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep wegens het ontbreken van een besluit.