ECLI:NL:RBDHA:2022:11446
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot aansluitende zorgmachtiging en beëindiging verplichte zorg
Betrokkene, een vrouw met een stoornis in het gebruik van alcohol en een licht verstandelijke beperking, verbleef sinds februari 2022 in een HAT-woning en stond op de wachtlijst voor een woning bij de afdeling Langdurig Intensieve Behandeling van Parnassia.
De officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging, terwijl betrokkene zelf en haar advocaat dit verzoek betwistten vanwege de huidige goede samenwerking en afwezigheid van ernstig nadeel sinds mei 2022. De advocaat benadrukte dat de zorgmachtiging disproportioneel is en dat bij een eventuele terugval een crisismaatregel kan worden ingezet.
De rechtbank oordeelde dat hoewel betrokkene een levenslange stoornis heeft met risico op terugval, de zorgmachtiging nu een te zwaar middel is. Sinds mei 2022 is geen verplichte zorg meer toegepast, en betrokkene zal binnenkort verhuizen naar een woning waar zij onder toezicht blijft. De rechtbank concludeerde dat niet is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg en wees het verzoek tot aansluitende zorgmachtiging af.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat over het verzoek tot beëindiging van de verplichte zorg niets meer te beslissen viel omdat de voorgaande zorgmachtiging vervalt door de afwijzing van het aansluitende verzoek.
Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging wordt afgewezen en over het verzoek tot beëindiging van verplichte zorg is niets meer te beslissen.