ECLI:NL:RBDHA:2022:11411
Rechtbank Den Haag
- Versnelde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging verblijf
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor eiseres, waarna verweerder niet tijdig een besluit nam. Eisers stelden verweerder in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en dienden vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank onderzocht de aanvang en duur van de beslistermijn, waarbij werd vastgesteld dat de termijn begon op de datum waarop verweerder de aanvraag ontving, te weten 25 februari 2022, en liep tot 25 augustus 2022. De ingebrekestelling van 16 augustus 2022 was daarmee prematuur, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.
Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, en werd het beroep tegen het niet tijdig beslissen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder werd niet veroordeeld tot proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.