ECLI:NL:RBDHA:2022:1140
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende medewerking
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag met 100% werd verlaagd vanwege onvoldoende medewerking aan een voortgangsgesprek. Na een eerste verlaging per 1 november 2021 volgde een tweede verlaging per 1 januari 2022 wegens recidive.
Verzoekster betwistte de maatregel en stelde dat zij wel had meegewerkt aan het gesprek van 2 december 2021 en dat de verlenging van de maatregel ten onrechte was opgelegd. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster tijdens dat gesprek weigerde vragen te beantwoorden die noodzakelijk waren voor de beoordeling van haar situatie en mogelijkheden tot arbeid en participatie.
De rechter stelde vast dat verweerder terecht de bijstand heeft verlaagd, mede vanwege recidive, en dat geen dringende redenen bestonden om de maatregel af te stemmen. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Partijen spraken af om in overleg de situatie te bespreken en fouten te herstellen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.