Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, stelde beroep in tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Tevens werd beroep ingesteld tegen een overdrachtsbesluit, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen hetzelfde besluit reeds eerder beroep was ingesteld en behandeld.
De maatregel van bewaring werd op 24 oktober 2022 opgeheven, waarna de rechtbank zich beperkte tot de vraag of de tenuitvoerlegging van deze maatregel onrechtmatig was geweest en of eiser recht had op schadevergoeding. Eiser stelde dat hij en zijn gemachtigde niet op de hoogte waren van de uitspraak in het eerdere beroep tegen het overdrachtsbesluit en dat de bewaring onrechtmatig was omdat er nog geen definitieve uitspraak was.
De rechtbank oordeelde dat de gang van zaken niet in strijd was met de goede procesorde, dat er geen hoger beroep was ingesteld tegen de uitspraak van 7 oktober 2022, en dat de maatregel van bewaring rechtmatig was opgelegd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen de maatregel van bewaring ongegrond, en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.