ECLI:NL:RBDHA:2022:11355

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 oktober 2022
Publicatiedatum
2 november 2022
Zaaknummer
NL22.21367
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59a VwArt. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbVreemdelingenwet 2000Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen maatregel bewaring op grond van Vreemdelingenwet

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin een maatregel van bewaring werd opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet. Dit beroep werd tevens aangemerkt als een verzoek om schadevergoeding.

Verweerder heeft de maatregel van bewaring op 22 september 2022 opgeheven. Eiser stemde in met schriftelijke afdoening van het beroep. De rechtbank heeft eiser bij brief verzocht om binnen een gestelde termijn de beroepsgronden in te dienen.

Eiser heeft geen beroepsgronden aangevoerd binnen de gestelde termijn, waardoor niet is voldaan aan de eisen van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro en behandelt het beroep niet inhoudelijk. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.21367

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. Y.M. Schrevelius),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 september 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vw [1] opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Verweerder heeft op 22 september 2022 de maatregel van bewaring opgeheven.
Eiser heeft zich desgevraagd akkoord verklaard met schriftelijke afdoening van het beroep. Op 25 oktober 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Op 26 oktober 2022 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser bij brief van 21 oktober 2022 verzocht om uiterlijk 23 oktober voor 17:00 uur de beroepsgronden in te dienen.
2. Eiser heeft binnen de gegeven termijn geen gronden ingediend.
3. Er is dan ook niet voldaan aan de eisen van artikel 6:5 van Pro de Awb. [2] Niet is gebleken dat dit niet aan eiser is toe te rekenen. Het beroep is dan ook gelet op het bepaalde in artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Algemene wet bestuursrecht.