Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiseres] , geboren op [geboortedatum] 1981,V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gezamenlijk te noemen: eisers)
Rechtbank Den Haag
Eisers, een koptisch christelijk gezin uit Egypte, vorderden een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, nadat hun aanvragen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waren afgewezen. Zij stelden dat zij niet konden terugkeren vanwege bedreigingen en discriminatie vanwege hun geloof en de gevangenschap van de vader.
De rechtbank oordeelde dat het visumdossier en de verklaring bij aankomst in Nederland terecht bij de beoordeling waren betrokken. Eisers konden niet overtuigend verklaren over tegenstrijdigheden in hun asielrelaas en het visumdossier, noch over de namen van belagers en geweldsincidenten. De geloofwaardigheid van hun verhaal werd hierdoor aangetast.
Voorts was onvoldoende aannemelijk dat zij als koptische christenen een reëel risico liepen op vervolging of ernstige schade bij terugkeer. De rechtbank volgde de eerdere jurisprudentie en het ambtsbericht dat koptische christenen in Egypte niet als kwetsbare risicogroep worden aangemerkt. Ook het risico op besnijdenis van de dochters werd niet aannemelijk gemaakt.
De beroepen werden ongegrond verklaard en de asielaanvragen afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep van het koptisch christelijk gezin af en bevestigt de afwijzing van hun asielaanvragen wegens onvoldoende geloofwaardigheid en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade.