ECLI:NL:RBDHA:2022:11243
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 15 oktober 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris het besluit genomen om de asielaanvraag alsnog te honoreren, waardoor het beroep feitelijk is komen te vervallen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat, nu het bestuursorgaan geheel aan het beroep tegemoet is gekomen, het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond is. Op grond van de toepasselijke bepalingen in de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten.
De rechtbank motiveerde de hoogte van de proceskostenvergoeding aan de hand van de wettelijke regels, waarbij rekening werd gehouden met de aard van het beroep (alleen betrekking hebbend op het niet tijdig beslissen) en de daaraan verbonden wegingsfactor. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en openbaar gemaakt.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €379,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens alsnog ingewilligde asielaanvraag.