ECLI:NL:RBDHA:2022:11229
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in Dublin-zaak verblijfsvergunning asiel
Verzoekers hebben bij besluiten van 3 februari 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke niet in behandeling werden genomen omdat Cyprus verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Tegen deze besluiten hebben verzoekers beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 22 februari 2022 samen met soortgelijke zaken.
Op de dag van de uitspraak heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier M.A.W.M. Engels op 8 maart 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.