ECLI:NL:RBDHA:2022:11208

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 oktober 2022
Publicatiedatum
28 oktober 2022
Zaaknummer
AWB 21/7076
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens beëindigde beroepsprocedure verblijfsvergunning

Verzoekers hebben een aanvraag voor een verblijfsvergunning ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Na het primaire besluit van 6 december 2021 maakten verzoekers bezwaar, dat ongegrond werd verklaard in een bestreden besluit van dezelfde datum. Verzoekers stelden beroep in tegen dit bestreden besluit.

De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om een voorlopige voorziening, dat werd gedaan terwijl het beroep bij de rechtbank liep. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) werd de uitspraak zonder zitting gedaan.

De rechtbank heeft het beroep van verzoekers op de dag van de uitspraak ongegrond verklaard, waardoor er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 18 oktober 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep reeds ongegrond is verklaard en er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 21/7076

uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 oktober 2022 in de zaak tussen

[verzoeker 1], v-nummer: [v-nummer 1],

[verzoeker 2], v-nummer: [v-nummer 2],
hierna tezamen te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. A.M.J.M. Louwerse),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S.K. Jhinnoe).

Procesverloop

Bij besluit van 6 december 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekers voor een verblijfsvergunning niet in behandeling genomen.
Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verweerder bij besluit van 6 december 2021 (bestreden besluit) het bezwaar van verzoekers ongegrond verklaard.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld, zodat het verzoek om voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij uitspraak van vandaag [1] heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekers ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.H. van der Poort-Schoenmakers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.M. van den Berg, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie de uitspraak met zaaknummer NL22.13173.