ECLI:NL:RBDHA:2022:11202
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning arbeid in loondienst op grond van Besluit 1/80 Associatieverdrag EU-Turkije
Eiser, een Turkse onderdaan, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor arbeid in loondienst op grond van het Associatieverdrag tussen de EU en Turkije. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser geen machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) heeft en niet voldoet aan de voorwaarden van het Besluit 1/80, waaronder het vereiste van een onomstreden verblijfsrecht en een jaar ononderbroken legale arbeid.
Eiser heeft bezwaar gemaakt en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, maar het bezwaar is ongegrond verklaard en het beroep bij de rechtbank is eveneens afgewezen. De rechtbank oordeelt dat eiser onder het toepassingsbereik van artikel 13 van Pro Besluit 1/80 valt, waardoor de aanvraag niet alleen vanwege het ontbreken van een mvv mag worden afgewezen. Verweerder heeft echter ook inhoudelijk beoordeeld dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 6 van Pro Besluit 1/80 en de nationale vereisten, zoals het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning en een door eiser zelf ondertekende antecedentenverklaring.
De rechtbank stelt vast dat de hoorplicht niet is geschonden omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en het horen van eiser niet noodzakelijk was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.